Woordenboek

real

"bijvoeglijk naamwoord oprecht 2 . echt, bijv. Me hele team is real en ik praat niet over Madrid. / Je bent niet real met je nigga als je hem niet coacht wannee…"

real

rie’al

bijvoeglijk naamwoord

  1. oprecht 2 . echt, bijv. Me hele team is real en ik praat niet over Madrid. / Je bent niet real met je nigga als je hem niet coacht wanneer hij iets neps doet. / Hoodniggas zijn zo gefixeerd op real zijn dat zij vergeten om daadwerkelijk real te zijn.
Wat zeg je me?