Woordenboek

nokkie

"bijvoeglijk naamwoord knock-out 2 . nokkie gaan: slapen 3 . buiten bewustzijn, bijv. Die backwood sloeg me helemaal nokkie. / Als je van plan bent om zo nokkie…"

nokkie

noh’ki

bijvoeglijk naamwoord

  1. knock-out 2 . nokkie gaan: slapen 3 . buiten bewustzijn, bijv. Die backwood sloeg me helemaal nokkie. / Als je van plan bent om zo nokkie te gaan moet je het licht alvast uit doen. / Na die kopstoot viel hij meteen nokkie op de grond. / In die mosh bij ons gaan nammen sowieso nokkie on god.
Wat zeg je me?