loud
loud
zelfstandig naamwoord
- wiet 2. softdrugs waarvan de geur zo sterk is dat het luid ruikt, bijv Heb je loud? / Meestal wan- . neer ik loud koor kan ik niet meer schrijven, toch rook ik fuckin veel. / Ik moet echt stoppen met zoveel loud roken, want het maakt me raar passief. / Loud zonder tabakka geeft je een andere high.