Woordenboek

knetter

"bijvoeglijk naamwoord een persoon die zich in de hoogste toestand van hiss zijn bevindt, bijv. Die wierie van boere maakte mij helemaal knetter. / Neef, ik ben…"

knetter

kneh’ter

bijvoeglijk naamwoord

een persoon die zich in de hoogste toestand van hiss zijn bevindt, bijv. Die wierie van boere maakte mij helemaal knetter. / Neef, ik ben knetter, ik hoef echt niet uit te gaan vanavond. / Die lachgas maakt mij helemaal knetter gek, maat.

Wat zeg je me?