knalbe
knal’be
bijvoeglijk naamwoord / zelfstandig naamwoord
1 . blank 2 . een blank persoon, bijv . Ik weet niet wat het is met die knalbe amsen en ik, maar ze willen mij en ik wil hun. / Een of andere knalbe lik kwam opeens listig doen. / Knalbe nammen hebben zelden game, man. / Er is in hiphop ook ruimte voor knalbe mannen. Orgi.