Woordenboek

jonko

"zelfstandig naamwoord een joint 2 . wiet of hasj, bijv. Paas me die jonko. / Hier kan ik zeker drie jonkos uit draaien. / Als je een jonko draait wanneer we in…"

jonko

djong’koh

zelfstandig naamwoord

  1. een joint 2 . wiet of hasj, bijv. Paas me die jonko. / Hier kan ik zeker drie jonkos uit draaien. / Als je een jonko draait wanneer we in de metro zitten, kunnen we onderweg na daar nog snel eentje koren.
Wat zeg je me?