fronten
fron’te
werkwoord
- opscheppen, jezelf ophemelen 2 . jezelf anders voor doen dan je
werkelijk bent, bijv. Toen hij begon te fronten verloor ik interesse. / Mannen willen fronten, maar ze zijn niet eens op gualla. / Altijd willen hun lopen fronten als je ze tegenkomt, maar eigenlijk zijn ze op niks.