Woordenboek

fommen

"werkwoord iemand in elkaar slaan 2 . beuken, bijv. Toen hij zo tegen mij sprak moest ik hem wel fommen. / Als ik hem ga fommen gaat hij pas spijt krijgen van z…"

fommen

vom

werkwoord

  1. iemand in elkaar slaan 2 . beuken, bijv. Toen hij zo tegen mij sprak moest ik hem wel fommen. / Als ik hem ga fommen gaat hij pas spijt krijgen van zijn daden. / Zou je denken dat hij Mayweather kan fommen?
Wat zeg je me?