Woordenboek

dealer

"zelfstandig naamwoord iemand die dealt, zie ook: dealen, bijv. Mijn broer was een dealer. / Heb je geen dealer hier in de buurt? Want ik heb geen zin om naar d…"

dealer

deal’r

zelfstandig naamwoord

  1. iemand die dealt, zie ook: dealen, bijv. Mijn broer was een dealer. / Heb je geen dealer hier in de buurt? Want ik heb geen zin om naar de stad te gaan. / Hij speelt een dealer terwijl hij alles kieft.
Wat zeg je me?