connect
kon’nekt
zelfstandig naamwoord / werkwoord
- een persoon die dingen voor je kan regelen 2. iets/iemand willen bereiken, bijv. Heb je een wierie connect in de buurt. / Mijn connect is out of order, want mannen hadden ’m gesnitched. / Connect me voor die goeie assie, je weet die shit van mij maakt je heeeeeeeey.