comro
kom’roh
zelfstandig naamwoord
Marrokaan. Verhaspeling van mocro, bijv. Comro amsen zijn niet echt op niggas, man. / Die comro’s hun assie is dom dom. / Die comro rechtsbuiten is kapot snel. Hij loest elke linksback op dezelfde manier. conducu znw.] kon’doe’koe [ conducteur in het openbaar vervoer, bijv. Fuck conducu, ik trap dat poortje wild wild. / Conducu wilt me pakken maar ik ren. / Ben in de metro 53 zonder ov-kaart, wel een bagga vol met bier! Die conducu komt nie hier!