Woordenboek

chibas

"zelfstandig naamwoord een informant, die met de politie praat 2. een afkorting van het Spaanse woord chivato, verrader, bijv. En die chibas die laten we achter…"

chibas

chi’bas

zelfstandig naamwoord

  1. een informant, die met de politie praat 2. een afkorting van het Spaanse woord chivato, verrader, bijv. En die chibas die laten we achter, mijn mannen zijn op die tempo. / Fuck die chibas. / In jou team zitten chibas, broer. Je hebt het niet door.
Wat zeg je me?