capo
kaa’poo
zelfstandig naamwoord
- van origine hoofd van een maffiaorganisatie. Binnen de familie zetten verschillende capo’s de lijntjes uit die worden opgedragen door de opperbaas.
- Een goeie vriend/labelgenoot van Chief Keef die inmiddels overleden is, bijv. In mijn buurt zien ze me als capo. / R.I.P. capo.