Woordenboek

broke

"bijvoeglijk naamwoord blut 2. arm, bijv. Being broke is a part of becoming rich zei een wijs man me ooit. / Je moet geen adviezen aannemen van broke people. /…"

broke

b’rook

bijvoeglijk naamwoord

  1. blut 2. arm, bijv. Being broke is a part of becoming rich zei een wijs man me ooit. / Je moet geen adviezen aannemen van broke people. / Broke zijn is een ziekte.
Wat zeg je me?