bommen
bom’me
werkwoord
- korte maar krachtige impact uitoefenen op iets of iemand
- een dame druk van achteren berijden 3. iets ergens bij proppen, bijv. Ze wilde veel praten bij de bar enshit maar ik was al lang horse, dus ik trok haar op de
dansvloer en begon het te bommen. / Is al om te bommen achterin die waggie. / Die amsen denken we zijn tranqui maar zodra we in die 16 komen is ’t bommen al. / En ik ga der bommen net Baghdad.