boete
boe’teh
zelfstandig naamwoord
- een straf in de vorm van een geldbedrag 2. straf die mensen uit de buurt uitdelen aan anderen vaak zonder geldige reden, bijv. Ik ga je boete geven. / Vroeger heeft hij veel mannen boetes gegeven. / Ik gaf die man vaak boete, want hij kwam dik.