Woordenboek

boete

"zelfstandig naamwoord een straf in de vorm van een geldbedrag 2. straf die mensen uit de buurt uitdelen aan anderen vaak zonder geldige reden, bijv. Ik ga je b…"

boete

boe’teh

zelfstandig naamwoord

  1. een straf in de vorm van een geldbedrag 2. straf die mensen uit de buurt uitdelen aan anderen vaak zonder geldige reden, bijv. Ik ga je boete geven. / Vroeger heeft hij veel mannen boetes gegeven. / Ik gaf die man vaak boete, want hij kwam dik.
Wat zeg je me?