Woordenboek

blowen

"werkwoord (hasj of wiet) roken 2. exploderen in figuurlijke zin, bijv. Kom we gaan blowen, man. / Te veel blowen is nooit goed. / Ik heb ’t al gezien. Hoe lang…"

blowen

bl’oow’e

werkwoord

  1. (hasj of wiet) roken 2. exploderen in figuurlijke zin, bijv. Kom we gaan blowen, man. / Te veel blowen is nooit goed. / Ik heb ’t al gezien. Hoe langer het duurt tot je blowt, hoe harder je blowt. / smib gaat kankerhard blowen at some point.
Wat zeg je me?