annoe
’annoeh
zelfstandig naamwoord
hand, oorspronkelijk uit het Surinaams, bijv. Mijn annoe is gebroken. / Hij sloeg haar met zijn annoe. / Ik was horse dus me annoe ging al snel richting die noepie. / Als ik me key niet binnen een minuut in me annoe heb ga ik beginnen te spazzen op jullie.