Afri
a’frie
zelfstandig naamwoord / bijvoeglijk naamwoord
afkorting van het woord 1 . Afrikaan, in dit geval alles en iedereen uit (donker) Afrika [Ghanees = Afri, Nigeriaan = Afri, Congolees = Afri], alle zwarte 2. mensen, bijv. Ik knip mijn haar bij een Afri. / Veel Afri-mannen verloochenden vroeger hun afkomst. / Zij is half Afri, half Neder lands.